Beeldende vorming

Vanaf groep 3 krijgen de leerlingen Beeldende Vorming (BeVo). Dat wordt gegeven door een vakleerkracht, die een professionele opleiding in de kunsten heeft gevolgd.

Deze leerkracht biedt op een inspirerende manier onderwerpen en thema’s aan, die aansluiten bij de vakken kunstbeschouwing, wereldoriëntatie en de leefwereld van de kinderen.

Met verschillende materialen en technieken (bijvoorbeeld tekenen, ruimtelijk construeren, werken met textiel) leren de leerlingen ideeën, gevoelens en ervaringen vorm te geven en beeldend te communiceren.

Door kunstbeschouwing, uitstapjes naar musea en tentoonstellingen maken de kinderen kennis met ons culturele erfgoed.

BeVo wordt gegeven door een vakleerkracht, die naast een kunstpedagogische opleiding ook een professionele kunstopleiding heeft gevolgd en werkzaam is als beeldend kunstenaar.

Leerlijn BeVo
De leerlijn van het vak Beeldende Vorming volgt de motorische, emotionele, cognitieve, sociale en morele ontwikkeling van de leerlingen. Techniek, functie en betekenis van vormen en materialen sluiten aan bij de ontwikkelingsfase van de kinderen. Concrete voorbeelden met klei en textiel als materiaal laten zien wat de kinderen leren op welk niveau.

Groep 3/4: feestdagen en seizoenen als thema
Wanneer de kinderen gaan werken met klei als holle vorm, leren ze bijvoorbeeld eerst een eenvoudig duimpotje te maken. Een les met textiel kan bestaan uit het knippen en plakken van lapjes, draden rijgen, weven, vlechten en knopen. De functie en betekenis van de werkstukken sluiten aan bij de belevingswereld van de kinderen. Feestdagen en de seizoenen zijn hierbij populaire thema’s.

Groep 5/6: aansluitend op wereldoriëntatieles
Een holle vorm kan ook worden opgebouwd uit ringen van klei, geïnspireerd op de klokbekers en trechterbekers uit de steentijd. Dat is een onderwerp dat bij deze leeftijd aan de orde komt in de wereldoriëntatieles. Bij lessen met textiel leren de kinderen onder meer lapjes vast rijgen of naaien op een ondergrond. De thema’s kunnen betrekking hebben op kunst, cultuur en wereldoriëntatie.

Groep 7/8: ook moeilijkere vormen
Voor de oudere leerlingen kan een opdracht voor een holle kleivorm ook een moeilijke vorm als een hoofd zijn. Bijvoorbeeld n.a.v. het mythologische verhaal over de kop van Medusa met haren als kronkelende slangen. Kinderen kunnen met textiel onder andere kleding maken en andere toegepaste vormen. Mode, design, industriële vormgeving, kunstbeschouwing of wereldoriëntatie kunnen hierbij uitgangspunten zijn.

Projecten     
Soms wordt er schoolbreed aan eenzelfde project gewerkt. Het kan gaan om een kunstproject, een wereldoriëntatieonderwerp, de Kinderboekenweek of de jaarlijkse eindpresentatie. De werkstukken van de kinderen worden zoveel mogelijk in de school gepresenteerd.

Vakdocent BeVo
Het lesprogramma Beeldende Vorming wordt  vanaf 2013 gegeven door Iris Frerichs.

Iris Frerichs studeerde in 2004 af aan de Hoge School voor de Kunsten in Utrecht. Iris heeft regelmatig exposities van haar eigen werk. Met haar constructietekeningen ontving zij nominaties voor de Piet Bakker Prijs (2003 en 2004) en de Thieme Art Award (2009).